In gesprek met Beau Meevis

"In één ding had ik me wel vergist: ook op de filmacademie vond ik niemand die zoveel films had gekeken als ik!"

Beau Meevis studeerde af aan de master Regie-Scenario op de LUCA School of Arts in 2017. Momenteel werkt hij aan de korte film Swansong. Een gesprek met deze gepassioneerde nieuwe maker.

"Ik heb na mijn opleiding meteen een video productiebedrijf opgezet: Blowfish Filmworks. Ik werk veel voor musea en die opdrachten zijn enorm uiteenlopend, van eenvoudige interviews tot films die iets weg hebben van een kunstinstallatie of videokunst. Daarnaast werk ik samen met kunstenaars om hun werk in beeld te brengen, maar niet als simpele registratie, eerder als een op zichzelf staande film."

Waar geniet jij keer op keer van bij jouw vak? En waarom?

"Ze zeggen dat een film drie keer wordt geboren: De eerste keer tijdens het schrijfproces, de tweede keer tijdens het filmen door de regie en beeldtaal en de derde keer tijdens de edit. Dat komt omdat je tijdens die momenten de grootste keuzes maakt voor wat de kijker uiteindelijk ervaart. Van die momenten geniet ik enorm. Ik wil namelijk een zo’n origineel mogelijke vertelling neerzetten en er zo voor zorgen dat de kijker op een nieuwe manier geraakt wordt. Wanneer ik zie dat een vertelling, die ik heb helpen creëren, een toeschouwer volledig meevoert dan geniet ik nog wel het meest. Dit maakt dat ik tijdens het maakproces alles in dienst staat van het verhaal want ik maak het voor de kijker en zijn beleving die uiteindelijk via het doek wordt opgeroepen."

Kun je iets vertellen over waar je nu mee bezig bent?

"Waar ik momenteel verreweg het meest mee bezig ben op het moment is het rondkrijgen van de financiering ten behoeve van de afwerking van onze kortfilm Swansong. In 2017 heb ik voor het laatst een korte fictiefilm kunnen maken. Destijds als afstudeerproject voor de filmacademie. Hier heb ik enorm veel van geleerd. Minstens zo veel leerde ik door in de jaren erna met kunstenaars te werken. Zij hebben mijn manier van film benaderen enorm beïnvloed. Dat geldt zeker voor Vince Donders met wie ik veel experimenteerde en onderzocht om zijn werk maximaal in beeld te brengen. Hij is een gevoelige kunstenaar en het werk moet ‘sprekend’ in beeld gebracht worden, het is enorm geladen werk en het is zoeken naar een manier om dat goed te doen. Het was enorm uitdagend maar daar hou ik van."

"Toen Thijs Koevoet en Laurens Hoynck van Papendrecht mij benaderden om hun concept uit te werken tot een scenario en dat vervolgens te regisseren was ik enorm enthousiast om al mijn nieuwe ervaring er in te gieten. Het concept sprak ons allemaal aan omdat het gaat over de stap te durven zetten als creatieveling om echt voor jezelf te beginnen en je eigen werk te gaan ontwikkelen. Ik heb dit idee in het scenario uitvergroot en heb een fysiek obstakel gemaakt in de vorm van een man. Namelijk de manager van hoofpersonage Sara, die haar uitbuit en haar onderdrukt. We leren haar kennen wanneer ze een eigen nummer heeft geschreven waarmee ze wil losbreken van haar tienerpersonage Loetje, ze moet alleen nog de goedkeuring krijgen van haar manager. Wanneer Mark langskomt begint haar ultieme confrontatie."

"Met de crew van de film hebben we prachtige scenes kunnen schieten die samen een originele en creatieve vertelling vormen. Grotendeels visueel iets waar ik me dankzij de samenwerkingen met kunstenaars steeds meer in ben gaan verdiepen. Nu moet de film alleen nog afgewerkt worden en daarvoor zijn we een crowdfunding gestart op “Voor de kunst”. Alle ingrediënten zijn er namelijk, maar het is nog geen maaltijd en zonder maaltijd geen chefs-kiss. Zelf ben ik enorm druk bezig met het maken van een pre-edit in de hoop dat we die straks door kunnen sturen naar een professionele editor die er daadwerkelijk een cinematische film van gaat maken. Dan moeten de kleuren nog bewerkt worden, de muziek voor de soundtrack moet nog ingespeeld worden en het allerbelangrijkst; we moeten nog één cruciale scene opnemen. Namelijk het eind! Wellicht dat sommige kijkers halverwege de film denken te weten waar het heen gaat, maar het daadwerkelijke eind raadt vrijwel niemand."

"Daarnaast ben ik een aantal maanden terug geselecteerd om met een drietal andere schrijvers een serie te schrijven voor in de Writers Rooms van Netflix in het talentontwikkelingsprogramma Next. Ze zijn speciaal naar Brabant gekomen om schrijvers die lokale verhalen kunnen vertellen te zoeken. Ze hadden zelf blijkbaar ook even genoeg van de eindeloze rip-offs van Love actually en Bridget Jones. En ben niet bang, het gaat ook niet over de drugshandel in Brabant. Aan deze serie zijn we nog tot februari bezig, dan wordt hij gepresenteerd aan Netflix."

Wat is jouw motivatie geweest om dat te doen wat je doet?

"Heel simpel gezegd zijn films mijn motivatie geweest om schrijver en regisseur te worden. Ik keek alles, van oude tot nieuwe films en kende alles en iedereen die aan de desbetreffende film had meegewerkt. Aan een aantal seconden kan ik vaak al zien welke film het is door de set dressing, cameravoering of hoe een acteur een personage vertolkt, maar ondanks dat ben ik toch eerst interieurdesign gaan studeren. Toen ik dat had afgerond was ik ongeveer 19 jaar en het enige wat ik wist was dat ik zeker nog niet wilde gaan werken. Ik vroeg mijn ouders “wat nu?” en die zeiden “ga doen waar je het meest gelukkig van wordt”, waarmee ze op film doelden. Dat moment is mij altijd bijgebleven want ik prijs hun woorden en vervloek ze ongeveer even vaak. Veel leeftijdsgenoten zullen ze ook zeker kennen en er precies dezelfde haat-liefde verhouding mee hebben."

"Want wat mensen vaak vergeten is dat als je van je passie je werk maakt, dan komt elke vorm van kritiek op je werk veel harder en persoonlijker aan. Als je faalt of fouten maakt, dan doe je dat in hetgeen waar je juist het allerbeste in wil zijn, dat wat je het dichtst aan het hart ligt en waar je het meest van jezelf in verwerkt. De keerzijde van de munt is natuurlijk dat je enorm trots bent wanneer het wel lukt en voor mij is dat wanneer ik mensen kan meevoeren in mijn verhalen. Daarnaast is een kantoorbaan niks voor mij en dus werd het de Filmacademie, maar wel in België want ik had de theorievakken daar zoals psychologie, filosofie en kunstgeschiedenis nodig. Die vakken hebben mijn manier van verhaal ontwikkelen en uitwerken namelijk enorm beïnvloed en ik vind het een groot gemis dat creatieve opleidingen in Nederland vrijwel alleen praktijk geven. In één ding had ik me alleen wel vergist, ook op de Filmacademie vond ik niemand die zoveel films had gekeken als ik."

Stel je krijgt de kans je 'jongere ik' zelf advies te geven, wat zou dat zijn?

"Ik denk dat ik mijzelf een eindeloze zee aan advies zou kunnen geven van dingen die ik anders had moeten doen, maar dat maakt ook dat je van elk project weer leert."

"Qua film zou ik tegen mezelf zeggen dat ik het vanaf het begin niet meteen zo serieus had moeten nemen. Toen ik op school zat had ik meer moeten experimenteren. In plaats daarvan probeerde ik eerder mijn favoriete regisseurs na te doen. Pas toen mijn afstudeerfilm af was en ik die niet eigenzinnig genoeg vond, ben ik juist mijn eigen handtekening meer gaan ontwikkelen."

"In het geval van Swansong zou ik tegen mezelf hebben gezegd “geef dat mens gewoon een gitaar”. Dit omdat het hoofdpersonage een pianonummer speelt in de film. Het enige probleem was dat we een piano op set moesten krijgen en dat was op de eerste verdieping. Zo’n ding weegt 200 kilo en zelfs het verhuisbedrijf kreeg hem niet via het bovenraam naar binnen. Onze laatste optie was om hem zo ver aan gort te slaan dat we het gietijzer er uit konden halen maar tijdens die taak van ongeveer een uur zag ik aan iedereen dat ze weinig vertrouwen hadden dat de toetsen erna nog zouden werken. Ik hield koppig vol en uiteindelijk werkte het perfect. In de film zie je er niks van. Maar als ik de tijd zover kon terugdraaien dat we het nummer nog aan het ontwikkelen waren dan was het toch iets op de gitaar geworden denk ik."

Welke prestatie heeft jou het meest trots gemaakt?

"Er zijn altijd die paar momenten waar je het voor doet en bij mij zijn die allemaal aan scenario schrijven gerelateerd. Ik was enorm trots op mijn selectie voor Netflix Next, ook op het mogen ontwikkelen van een Videoland-serie en op het mogen schrijven voor de Belgische soap Familie. Er wordt natuurlijk neergekeken op soaps, maar als je er voor moet schrijven weet je pas wat voor werkdruk er achter zit."

"Maar het meest trots ben ik denk ik op mijn twee zelfgeschreven Engelse langspelers waarmee ik een aantal keer de finale heb bereikt in verschillende Amerikaanse schrijfwedstrijden. Bij één van die wedstrijden kreeg ik toen de meest lovende kritiek ooit terug. Daarin werd mijn verhaal met het werk van Edgar Allan Poe vergeleken. Wat wil je nog meer als schrijver?"

Waar kijk je het meest naar uit?

"Mijn droom is nog om ooit één van die langspelers te kunnen realiseren en er voor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen wegduiken in hun bioscoopstoel wanneer ze ‘m zien."

Welke uitdagingen of kansen zie jij wat betreft film in 'de regio'? 

"Ik zie het als een uitdaging, maar ook een must, om een Zuid-Nederlandse filmindustrie te maken en er voor te zorgen dat die meer weg heeft van de Belgische filmindustrie. Die Belgen zijn goed, hoor."

Wat is voor jou de meerwaarde van het maken van films buiten een epicentrum als de Randstad?

"De meerwaarde voor mij is dat hier filmmakers rondlopen met totaal andere ideeën en een andere mind set dan in de Randstad. Veel filmmakers komen daar van de Filmacademie in Amsterdam af en zijn technisch enorm goed onderwezen, maar wat ik ze enorm vaak heb horen zeggen bij samenwerkingen is “dat moet zo want dat heb ik zo geleerd”. Persoonlijk vind ik dat een mind set die alle creativiteit doodt. Het is ook af te zien aan het gros van de Nederlandse films. Alles is volgens het boekje en wordt volgens een soort formule in elkaar gezet. Van de belichting tot het acteerspel. Bij de samenwerkingen die ik in België heb gehad wordt een productie vaak totaal anders benaderd. Eerder vanuit het idee: Wat willen we vertellen en hoe gaan we dat doen? Dit geeft veel meer ruimte voor creativiteit en ik denk ook dat dit af te zien is aan hun zeer eigenzinnige filmindustrie."

Op welke gebieden zie je nog mogelijkheden tot verbetering met betrekking tot het maken van films in de Euregio?

"Ik denk dat het hier vol zit met enorm goede filmmakers en ik heb er ook al veel ontmoet en met veel mogen samenwerken, maar het probleem is dat er weinig communicatie is. Er is niet echt één grote instantie of industrie waar iedereen op af komt in de Euregio en dit maakt dat veel mensen uiteindelijk vertrekken en gaan werken waar ze dit wel kunnen vinden. Het moet dus allemaal groter en officiëler worden zodat mensen op een hier bloeiende industrie kunnen inhaken. En ik weet het, dat is makkelijker gezegd dan gedaan."

Wat adviseer je aan andere mediaprofessionals?

"Wie tegenwoordig film gaat studeren met als doel om fictie te maken is totaal gestoord. Doe het alleen als je echt niet zonder kunt."

Wat mis je nog in Limburg?

"Misschien heb ik het mis of is het alleen mijn ervaring maar ik mis een onderverdeling in pitches. Ik heb een aantal keer meegedaan aan pitches in Limburg maar fictie en documentaire en daarbinnen alle genres zitten altijd bij elkaar. Waarschijnlijk is dat ook omdat er niet genoeg fondsen zijn dus ik begrijp het, maar als iemand een zeer persoonlijk verhaal heeft voor een documentaire, dan leg je het als fictie maker altijd af."

Swansong steunen?

Lees hier meer over het project en steun de makers.

Ik wil meer weten.

CineSud x Voordekunst

CineSud spreekt maandelijks met makers die crowdfunden via Voordekunst. Zo brengen we nieuwe makers en publiek al in een vroeg stadium met elkaar in contact en zetten we nieuwe projecten in de schijnwerpers. Wil je ook projecten steunen van nieuwe makers? Check dan voordekunst.nl.